Wat is de wet op de continu´teit van de ondernemingen (WCO)?

De Wet betreffende de Continuïteit van ondernemingen van 31 januari 2009 (verder WCO) biedt schuldenaars in moeilijkheden verschillende mogelijkheden om een oplossing te zoeken voor hun problemen. U vindt de wet via volgende link: http://www.ejustice.just.fgov.be/wet/wet.htm

Binnen de WCO kunnen we twee fase onderscheiden:

I. Preventieve fase - “Buitengerechtelijke” reorganisatie (Titel 2 en Titel 3 WCO)

  • Gegevensverzameling en handelsonderzoek (art 8-12 WCO): de rechtbank van koophandel spoort schuldenaars in moeilijkheden op en probeert hen aan te zetten om een oplossing te vinden. Het doel is de schuldenaar bewust te maken van de problemen. Het handelsonderzoek is vertrouwelijk.
  • Buitengerechtelijk minnelijk akkoord (art. 15 WCO): de WCO biedt de mogelijkheid om op een informele wijze een akkoord te sluiten met de schuldeisers. De schuldenaar kiest vrij met wie hij een akkoord sluit (min. 2 schuldeisers) en welke afspraken worden gemaakt. Indien dit akkoord wordt neergelegd ter griffie, zullen de afspraken inzake betalingen aanvankelijk niet kunnen worden aangevochten door de curator in een eventueel navolgend faillissement. Het minnelijk akkoord is vertrouwelijk, niemand krijgt hiervan inzage tenzij de schuldenaar hiervoor toestemt. De rechtbank komt niet tussen bij dit akkoord, voor eventuele bijstand kan de schuldenaar een beroep doen op een ondernemingsbemiddelaar. Voordelen zijn: vrijheid, vertrouwelijkheid, goedkoop.
  • Bewarende maatregelen: ondernemingsmiddelaar / gerechtsmandataris:
    • Een ondernemingsbemiddelaar (art. 13 WCO) kan worden aangesteld op verzoek van de schuldenaar om bijstand te verlenen bij het realiseren van de herstelmaatregelen (vb. het onderhandelen van een buitengerechtelijk minnelijk akkoord). De schuldenaar bepaalt de omvang en de duur van zijn opdracht in samenspraak met de rechtbank. Het gaat om een informele maatregel, die niet wordt gepubliceerd.
    • De gerechtsmandataris, aangesteld op grond van art. 14 WCO, kan beschouwd worden als een soort dringende voorlopige maatregel. Hij wordt aangesteld op verzoek van elke belanghebbende in geval van kennelijk grove fout van de schuldenaar of van zijn organen die de continuïteit van de onderneming in gevaar brengt. De opdracht van de gerechtsmandataris wordt bepaald door de voorzitter van de rechtbank van koophandel en is gericht op de vrijwaring van de continuïteit van de onderneming.

II. Gerechtelijke reorganisatie (Titel 4 WCO)

De procedure van gerechtelijke reorganisatie wordt gekenmerkt door een opschorting van betaling voor welbepaalde periode (max. 6 maanden, verlengbaar tot 18 maanden te rekenen vanaf opening procedure). Opschorting van betaling betekent dat de onderneming gedurende de procedure niet gedwongen kan worden om reeds bestaande schulden (=schulden die ontstaan zijn voor de opening van de procedure = schuldvorderingen in de opschorting) te betalen. De rechten van de schuldeisers worden dus sterk aan banden gelegd (zie art. 30-37 WCO). De schuldenaar behoudt wel de vrijheid om vrijwillig betalingen te doen.

De centrale doelstelling van de procedure van gerechtelijke reorganisatie is het waarborgen van de continuïteit van de onderneming of de ondernemingsactiviteit (art. 16 WCO).

Tijdens de opschortingsperiode wordt de schuldenaar drie alternatieven geboden:

  1. Minnelijk akkoord ("gerechtelijk minnelijk akkoord") - art. 43 WCO: deze mogelijkheid lijkt sterk op het buitengerechtelijk minnelijk akkoord. De schuldenaar kiest vrij met wie hij een akkoord sluit (min. 2 schuldeisers) en welke afspraken worden gemaakt. Afspraken met betrekking tot betalingen kunnen niet in vraag worden gesteld door de curator in een eventueel navolgend faillissement. Het hele proces verloopt echter onder toezicht van de rechtbank, die het akkoord uiteindelijk ook vaststelt. De verschillen situeren zich bovendien op de mogelijkheid om uitsteltermijnen te laten opleggen door de rechtbank en de fiscale behandeling van kwijtscheldingen.
  2. Collectief akkoord (vroegere gerechtelijk akkoord)- art. 44-58 WCO: bij een collectief akkoord dient de schuldenaar een reorganisatieplan op te stellen. Alle schuldeisers die geraakt worden door het reorganisatieplan mogen over dit plan stemmen. Indien de meerderheid van de schuldeisers, die samen de meerderheid van de schuldvorderingen vertegenwoordigen, het reorganisatieplan goedkeurt én het reorganisatieplan door de rechtbank wordt gehomologeerd, is dit plan bindend voor alle schuldeisers. Deze herstelmaatregel maakt het m.a.w. mogelijk om bepaalde afspraken op te leggen aan de schuldeisers, die hier niet persoonlijk mee instemmen.
  3. Overdracht onder gerechtelijk gezag - art. 59-70 WCO: Dit alternatief kan met instemming van de schuldenaar of op initiatief van de procureur des Konings, een schuldeiser of een belanghebbende worden aangewend. In beide gevallen wordt een gerechtsmandataris belast met de overdracht van (een deel van) de onderneming. De overdracht gebeurt zonder wezenlijke inspraak van de schuldenaar, het is de rechtbank die beslist aan wie en tegen welke prijs de overdracht zal plaatsvinden. Deze optie wordt algemeen beschouwd als een alternatief voor het faillissement, de schuldenaar zal in principe vereffend of failliet verklaard worden na de overdracht van (een gedeelte van) de onderneming.

Het was de bedoeling van de wetgever om de procedure van gerechtelijke reorganisatie toegankelijk te maken voor alle schuldenaars in moeilijkheden. De voorwaarden om de procedure te kunnen openen, zijn bijgevolg zeer soepel. Het volstaat dat er sprake is van een (toekomstige) bedreiging van continuïteit, bovendien is het feit dat men aan de faillissementsvoorwaarden voldoet geen bezwaar (art. 23 WCO). Om te kunnen genieten van de procedure van gerechtelijke reorganisatie, dient de schuldenaar een verzoekschrift met een aantal stukken neer te leggen op de griffie van de rechtbank van koophandel.

Wanneer de procedure van gerechtelijke reorganisatie wordt geopend, blijft de schuldenaar in beginsel beschikkingsbevoegd (tenzij er sprake is van een overdracht onder gerechtelijk gezag, de gerechtsmandataris is bevoegd voor de overdracht). Dit betekent dat in beginsel niemand in de plaats van of naast de schuldenaar komt te staan. Er is wel een algemene controle naar de gang van zaken en de correcte naleving van de procedurevoorschriften door de gedelegeerd rechter.

De gedelegeerd rechter is een rechter (veelal een lekenrechter) die wordt aangesteld door de rechtbank om verslag uit te brengen over het verloop van de procedure (art. 18-19 WCO). Optioneel kan een gerechtsmandataris (art. 27 WCO) worden aangesteld die de schuldenaar bijstaat tijdens de procedure. In geval van overdracht onder gerechtelijk gezag wordt verplicht een gerechtsmandataris aangesteld (art. 60 WCO). In uitzonderlijke gevallen kan de rechtbank beslissen om de schuldenaar geheel of gedeeltelijk het beheer van zijn onderneming te ontnemen. In dat geval wordt een gerechtsmandataris (bij kennelijk grove tekortkomingen van de schuldenaar of zijn organen) of  een voorlopig bestuurder (bij kennelijk grove fout of kennelijk kwade trouw van de schuldenaar of zijn organen)  aangesteld (art. 28 WCO).

Laatst bewerkt: 28 mei 14
Terug naar overzicht