Hoe kan een onderneming bescherming vragen tegen zijn schuldeisers? (gerechtelijke reorganisatie)

De aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie zorgt er voor dat een onderneming voor maximaal 6 maanden (verlengbaar tot 18 maanden) bescherming geniet tegen de schuldeisers. Door de opschorting van betaling moet men de (bestaande) schuldeisers niet meer betalen (je kan dat wel nog vrijwillig doen), terwijl de schuldeisers niet kunnen overgaan tot uitvoering van hun vordering (via beslag,...) en het niet mogelijk is om failliet verklaard te worden. Als onderneming ben je dus tijdelijk beschermd tegen de schuldeisers. Let op: alle schulden die dateren van na de opening van de procedure moeten wel betaald worden.

Hoe vraagt een onderneming de bescherming (‘gerechtelijke reorganisatie’) aan?

Je gaat naar de griffie van de rechtbank van koophandel van het bevoegde arrondissement met een verzoekschrift om voor het bedrijf een 'gerechtelijke reorganisatie' te vragen. De rechter zal binnen de 14 dagen na de neerlegging van het verzoekschrift de aanvraag onderzoeken, waarbij de ondernemer wordt opgeroepen en gehoord. Een vonnis komt in beginsel binnen de 8 dagen. Tijdens die periode ben je als ondernemer al beschermd: er is geen faillissement en geen beslag mogelijk.
 
Bij het verzoekschrift moeten alle documenten gevoegd worden die de rechtbank een zicht verschaffen over de financiële toestand (balans,…). Deze stukken moeten op straffe van onontvankelijkheid worden neergelegd, wat betekent dat het verzoek niet zal worden onderzocht bij gebreke van deze documenten.
 
Artikel 17 van de WCO geeft een overzicht van de zaken die in bijlage bij het verzoekschrift moeten gevoegd worden :

 

  1. een uiteenzetting van de gebeurtenissen waarop zijn verzoek is gegrond en waaruit blijkt dat naar zijn oordeel de continuïteit van zijn onderneming onmiddelijk of op termijn bedreigd is;
  2. een aanwijzing van de doelstelling of de doelstellingen waarvoor hij het openen van de  reorganisatieprocedure aanvraagt;
  3. de vermelding van een elektronisch adres waarbij hij zolang de procedure duurt, kan worden bereikt en waaruit hij de ontvangst kan melden van de ontvangen mededelingen;
  4. de twee recentste jaarrekeningen die volgens de statuten hadden moeten neergelegd zijn en de eventueel nog niet neergelegde jaarrekening van het laatste boekjaar of, indien de schuldenaar een natuurlijke persoon is, de twee recentste aangiftes in de personenbelasting;
  5. een boekhoudkundige staat die het actief en het passief weergeeft en de resultatenrekening die maximum drie maanden oud is, opgesteld onder toezicht van een bedrijfsrevisor, een externe accountant, een externe erkend boekhouder of een externe erkende boekhouder-fiscalist;
  6. een begroting met een schatting van de inkomsten en uitgaven voor ten minste de duur van de gevraagde opschorting, opgesteld met de bijstand van een externe accountant, een externe erkende boekhouder, een externe erkende boekhouder-fiscalist of een bedrijfsrevisor; op advies van de Commissie voor boekhoudkundige normen kan de Koning een model opleggen van geraamde begroting;
  7. een volledige lijst van de erkende of beweerde schuldeisers in de opschorting, met vermelding van hun naam, hun adres, het bedrag van hun schuldvordering, en met de bijzondere vermelding van de hoedanigheid van buitengewone schuldeiser in de opschorting;
  8. de maatregelen en voorstellen die hij overweegt om de rendabiliteit en de solvabiliteit van zijn onderneming te herstellen, om een eventueel sociaal plan in te zetten en om de schuldeisers te voldoen;
  9. de aanwijzing dat de schuldenaar voldaan heeft aan de wettelijke of conventionele verplichtingen de werknemers of hun vertegenwoordigers in te lichten of te raadplegen.

Deze lijst met verplicht neer te leggen stukken, maakt duidelijk dat een verzoekschrift grondig moet worden voorbereid en voldoende tijd vergt. Een schuldenaar kan dergelijke aanvraag nooit alleen voorbereiden, aangezien hij minstens voor het opstellen van de boekhoudkundige staat (punt 5°) en de begroting (punt 6 °) bijstand nodig heeft van een cijferspecialist.

Wat wil een onderneming bereiken met de gerechtelijke reorganisatie?

Bij de aanvraag moet de onderneming een keuze maken tussen drie opties, mogelijkheden die men wil verwezenlijken tijdens de beschermde periode:

 

  1. een 'minnelijk akkoord' bereiken met bepaalde schuldeisers
  2. een ‘collectief akkoord’ of ‘reorganisatieplan’ bereiken met al de schuldeisers (over maximaal 5 jaar)
  3. een gehele of gedeeltelijke overdracht onder gerechtelijk gezag van de onderneming of haar activiteiten aan een derde

Zie de volgende vragen voor meer info over elk van deze drie opties.
 
Het is ook mogelijk één of meerdere van de drie opties te combineren. Zo kan men bijvoorbeeld voor de ene bedrijfsactiviteit kiezen voor een overdracht en voor de andere een reorganisatieplan. Tijdens de opschorting kan men ook veranderen van de ene optie naar een andere. Het is de rechtbank die toestemming moet geven om door te gaan met een andere optie. Wie in de voorbije drie jaar al een gerechtelijke reorganisatie kreeg, kan bij een nieuwe aanvraag enkel voor een overdracht (optie 3) kiezen.
 
Wat zijn de voorwaarden om de gerechtelijke reorganisatie toe te kennen:

De rechtbank zal de reorganisatie enkel toekennen indien de twee wettelijke voorwaarden vervuld zijn:

 

  1. de continuïteit van de onderneming in het gevaar is (heden) of dreigt te komen (op termijn)
  2. er een oplossing mogelijk is voor het (gedeeltelijke) behoud van de economische activiteit 

Aanstelling gedelegeerd rechter: quid?

Onmiddellijk na de neerlegging van het verzoekschrift zal de rechtbank een gedelegeerd rechter aanstellen. Die gedelegeerd rechter zal voor de rechtbank een verslag maken over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het verzoekschrift en toezien op de procedure en de toestand van de onderneming in moeilijkheden. Een gedelegeerd rechter moet neutraal blijven en is dus geen adviseur van de onderneming.
 
De gedelegeerd rechter wordt vergoed door Justitie (en dus niet door de onderneming in moeilijkheden).
 
Wat indien de aanvraag tot gerechtelijke organisatie wordt goedgekeurd:
 
De start van de gerechtelijke reorganisatie zorgt er voor dat de onderneming voor maximaal 6 maanden (uitzonderlijk verlengbaar tot 18 maanden) bescherming geniet tegen de schuldeisers. Door de opschorting van betaling moet men de (bestaande) schuldeisers niet meer betalen (je kan dat wel nog vrijwillig doen), terwijl de schuldeisers niet kunnen overgaan tot uitvoering van hun vordering (via beslag,…). Let op: alle schulden die dateren van na de opening van de procedure moeten wel betaald worden.

 

  • er kan geen enkele tenuitvoerlegging (beslag en openbare verkoop) worden gestart of voortgezet, noch op de roerende noch op de onroerende goederen
  • de onderneming kan niet failliet verklaard worden
  •  een vennootschap kan gerechtelijk niet ontbonden en vereffend worden. 

De onderneming dient binnen de 14 dagen na het vonnis alle schuldeisers individueel op de hoogte te brengen van de opening van de procedure, met vermelding van volgende gegevens :

 

  1. Vennootschap/geen vennootschap:
    1. zonder vennootschap : de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte, de aard van de voornaamste handelsactiviteit alsmede de benaming waaronder die activiteit wordt uitgeoefend, het adres alsmede de plaats van de hoofdinrichting en het ondernemingsnummer van de schuldenaar in de Kruispuntbank van ondernemingen;
    2. met vennootschap : de naam, de rechtsvorm, de aard van de uitgeoefende handelsactiviteit alsmede de benaming waaronder die activiteit wordt uitgeoefend, de zetel van de vennootschap alsmede de plaats van de hoofdinrichting en het ondernemingsnummer;
  2. de datum van het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent en de rechtbank die het heeft gewezen;
  3. de naam en de voornamen van de gedelegeerd rechter, met zijn elektronisch adres en, in voorkomend geval, van de gerechtsmandataris die de schuldenaar bijstaat of van de voorlopige bestuurder, met hun adres;
  4. het doel of de doelstellingen van de procedure, de einddatum van de opschorting en, in voorkomend geval, de plaats, dag en uur bepaald om uitspraak te doen over een verlenging ervan;
  5. in voorkomend geval, en indien de rechtbank ze reeds kan vaststellen, de voor de stemming en de beslissing over het reorganisatieplan vastgestelde plaats, dag en uur. 
  6. in voorkomend geval, de wijze waarop toegang kan verkregen worden tot het elektronisch dossier.

Daarnaast moet de onderneming elke schuldeiser een volledige lijst bezorgen van de erkende of beweerde schuldeisers in de opschorting, met vermelding van hun naam, hun adres, het bedrag van hun schuldvordering, en met de bijzondere vermelding van de hoedanigheid van buitengewone schuldeiser in de opschorting.

Indien de aanvraag wordt goedgekeurd kan de onderneming eindelijk van start gaan met het uitwerken van een herstelplan. De lopende overeenkomsten blijven verder bestaan. Toch kan de onderneming beslissen om lopende overeenkomsten tijdelijk niet meer uit te voeren tijdens de opschorting indien ze oordeelt dat dit nodig is in functie van het herstel of de overdracht van de onderneming. Die schuldeisers moeten dan wel behoorlijk verwittigd worden en hebben eventueel recht op een schadevergoeding.
 
Wat indien de aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie wordt geweigerd?

Indien de vordering tot gerechtelijke reorganisatie wordt afgewezen kan men hoger beroep instellen (verzet aantekenen is daarentegen niet mogelijk). Er is wel een bindende termijn van 8 dagen (vanaf de kennisgeving van de afgewezen vordering) waarbinnen dit moet gebeuren.
 
Eventuele aanstelling van een gerechtsmandataris?

Op verzoek van een belanghebbende (de onderneming in moeilijkheden of een schuldeiser) kan de rechter ook een gerechtsmandataris aanstellen. Die aanstelling kan zowel bij het begin als in de loop van de procedure van de gerechtelijke reorganisatie.
 
In principe heeft de gerechtsmandataris een bijstandsfunctie. Hij zal de onderneming bijstaan en bijvoorbeeld onderhandelen met de schuldeisers of meehelpen aan het herschrijven van het businessplan. Enkel bij de overdracht onder gerechtelijk gezag (optie 3) is het wettelijk verplicht een gerechtsmandataris aan te stellen.
 
De gerechtsmandataris wordt betaald door de persoon die zijn aanstelling vraagt. De gerechtsmandataris is te vergelijken met de ondernemingsbemiddelaar, zij het dat de gerechtsmandataris enkel kan optreden in de gerechtelijke fase (gerechtelijke reorganisatie) en de ondernemingsbemiddelaar enkel in de buitengerechtelijke fase (zoeken naar minnelijk akkoord).

In uitzonderlijke gevallen kan de rechtbank beslissen om de ondernemer geheel of gedeeltelijk het beheer van zijn onderneming te ontnemen. In dat geval wordt een gerechtsmandataris (bij kennelijk grove tekortkomingen van de schuldenaar of zijn organen) of  een voorlopig bestuurder (bij kennelijk grove fout of kennelijk kwade trouw van de schuldenaar of zijn organen)  aangesteld (art. 28 WCO).

Laatst bewerkt: 05 juni 14
Terug naar overzicht